informatie verlaging
Forfaitaire verdeling arbeid en materiaal bij BTW verlaging
Het Ministerie van Financiën en de verenigde gevelindustrie vertegenwoordigd door de VKG, VMRG en KCG, zijn een forfaitaire regeling overeengekomen voor de gevelbranche voor wat betreft de toe te passen verhouding van arbeid en materiaalkosten bij de BTW verlaging op energiebesparende maatregelen.
Wat houdt de forfaitaire regeling in? De partijen hebben overeenstemming bereikt over de forfaitaire verdeling van 40% arbeid en 60% materiaal die toegepast mag worden bij de berekening van de BTW voor de totale vergoeding voor de dienst:
De partijen hebben overeenstemming bereikt over de forfaitaire verdeling van 40% arbeid en 60% materiaal die toegepast mag worden bij de berekening van de BTW voor de totale vergoeding voor de dienst:"het aanbrengen van ramen, deuren en kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen inclusief beglazing met een Ugl waarde die kleiner of gelijk is aan de eisen van het bouwbesluit" .
.Dit betekent dat u bij facturatie van bovenstaande dienst over 40% van de kosten 6% btw en over 60% van de kosten 19% mag rekenen. De belastingdienst wordt over deze regeling geïnformeerd en zal deze toepassen.
Wat zijn de voorwaarden voor btw-verlaging?
- Het betreft een woning in Nederland
- De werkzaamheden worden verricht op het moment dat de woning ouder is dan twee jaar na de eerste ingebruikneming
- De werkzaamheden zijn afgerond op of na 1 juli 2009.
- Verlaging geldt niet voor overige verbouwingen
Deze forfaitaire regeling is een aanvulling op de regeling "BTW verlaging op energiebesparende maatregelen" zoals u die in zijn geheel kunt lezen op www.meermetminder.nl .
Wanneer u van mening bent dat er een groter aandeel dan overeengekomen 40% arbeid in de dienst van toepassing is dient u dit te specificeren rekening houdend met onderstaande punten:
'Bij de berekening welk deel van prijs voor het aanbrengen van ramen, deuren en kozijnen, inclusief beglazing, betrekking heeft op de aangebrachte/gebruikte materialen (bijv. het kozijn en de borstwering) en welk deel op de arbeid, wordt door de Belastingdienst een aantal methodes geaccepteerd:
1. de toerekening vindt plaats op basis van de gangbare prijzen voor de levering van de materialen en voor het verrichten van de arbeid (marktwaardemethode);
2. de toerekening vindt plaats op basis van de kostprijzen voor de materialen en de arbeid. Daarbij wordt de arbeid die betrekking heeft op de eigen productie van materialen toegerekend aan het materiaal. De (voorbereidende) installatiewerkzaamheden vallen uiteraard wel onder de factor arbeid. Overheadkosten worden naar evenredigheid over de twee kostenposten verdeeld.'
Haarlem, 14 oktober 2009